CV JANSPIT

in voorbereiding als cd -rom

 

 

 

 
De naam

blue sky service for living ontstond naar aanleiding van een happening in

De Tilburgse Stadschouwburg 

op 25 febr 1969

Het was een onderdeel van een muzikaalprogramma en omvatte een grote draadkooi met daarin vierkante blauwe kubussen waarin zich naakte lichamen in plastic omhult bevonden.Deze bewogen zich naar buiten door de grote ronde gaten in de kubus.

Het gebeuren was de eerste in zijn soort in deze voor die tijd elitaire instelling.

 

 

 

De cv van de tentoonstelling in het van abbemuseum

in 1973

 

 
Affiche Blue Sky van eerste expositie in kasteel Nemerlaer in 1969.Deze bestond uit objecten,die met industriele technieken vervaardigd werden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jan spit, beeldendkunstenaar

oprichter van Blue Sky kunstenaarsinitiatief Tilburg 1970 – heden

Blue Sky service for living.

De democratiseringsbeweging van de studenten aan de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg had in de jaren ’ 70 een eigen home, genaamd POSJET.De beweging veroverde deze ruimte op OLOF, het oudstecorpsstudentenclubje in Tilburg .POSJET was en blijft een roemruchte plek; het werd de eerste profvatja (Zie Provo) van Tilburg.(Nu, anno 2002, is er de Theologische Faculteit van de KUB gevestigd, de opvolger van Maranatha, de R.K. studentenparochie.) Ten tijde van OLOF, culturele club van heren in het pak, gezeten op stoelen van koeienhuid*, maakte ik er, na het verlaten van de Academie in Tilburg mijn kunstenaarsdebuut.

*Ik stond erbij toen Marc Taminiau, vandaag de dag directeur/eigenaar van pretpark ‘Het Land Van Ooit’ te Drunen, ooit op de oude sociëteit van OLOF aan de Korte Heuvel in elkaar werd geslagen.Niettemin organiseerde OLOF in hun nieuwe sociëteit wel een tentoonstelling van allure onder de titel NEW TRENDS /1967(Als je vandaag de dag onder zo’n titel exposeert, word je in de kunstscene verdoemd).

Deze exclusieve expositie met onder meer werk van de nu beroemde kunstenaars Ad Dekkers,Dries Kreykamp,Jos Manders Frans Peeters, Pieter Engels , en Frans Zwartjes (met zijn eerste films ) maakte veel los in het traditionele kunstwereldje van Tilburg. De door mij zo ‘’geliefde’’ directeur Van Ham van de Academie bracht er zelfs een bezoek. Ik debuteerde daar in met daar mijn Soft -O-Matics (Zie Soft-o-Matics), met autolak gespoten panelen van masoniet, waarbij vorm en kleur niet ontleend waren aan het vierkant, maar aan organische elementen, die werden omsloten door geometrische vormen. Een formele benadering als deze was vreemd aan de Academie te Tilburg, die, zoals ik later merkte, een hekel had aan het Bauhaus, althans voor wat betreft de Brabantse Katholieke leraren.Baron van Lamsweerde uit Amsterdam was een uitzondering. Hij leiddeondermeer Jan Dibbets op, evenals de binnenhuisafdelingwaar o.a Ricky Heerkens en Harry Bekkers toen studeerden.Deze afdeling had een groot gezag bij de schilderstudenten van Nico Molenkamp, omdat ze daar zo handig waren, m.n. op het gebied van de ruimtelijke vormgeving. Die handigheid was niet te vinden op de schildersafdeling. Daarbij bestond deze afdeling uit de ‘glamour-boys en girls’van de Academie.Nel Verschuuren die Interpolis in Tilburg inrichtte, de huidige hot-shot, studeerde er ondermeer in die tijd.Tijdens mijn tweede studiejaar volgde ik vanwege die benijdenswaardige handigheid nog een cursus handenarbeid L.O., met goed gevolg. Later zou ik daar veel profijt van hebben. Deze daadkracht was totaal ongewoon voor mijn medestudenten (die hoofdzakelijk als treinstudenten te boek stonden en daar geen tijd voor hadden. Zelf woonde ik op kamers naast een economiestudent, zodat ik door totaal contrasterende werelden werd omringd.

De Soft -O- Matics ontstonden uit een hang naar het formele schilderen, waarvoor ik het spontane expressieve, de bagage van mijn werkperiode in Antwerpen, inruilde (zie Antwerpen).Ze werden ontworpen op schaal en daarna uitvergroot.Het waren vooral ideeën, die seriematig konden worden uitgevoerd en zodoende de eerste multiples werden( zie Multiple).De kleurschema’s haalde ik uit een zelf ontworpen kleurplan dat jaren lang op een prikbord in mijn atelier hing en door bezoekers steevast als discussieonderwerp werd gezien.Bijzonder in deze schema’s waren de day-glow verven (fluor-kleuren), die ik geheel zelf tot schildersmedium omwerkte . De in zakjes verpakte pigmenten kwamen per post uit Amsterdam van de wonderlijke ‘’Schilderszolder’’ , een winkel, die bestond uit prachtige kastwanden volgepakt met kleurpigmenten.De verwerkingstechniek werd te Tilburg, in wedijver met Joachim Heydenrijk, verder ontwikkeld samen met de verfindustrie Pieter Schoen, nu Sigma Coatings.Alles gebeurde op eigen kracht. De Academie had ik inmiddels op grote afstand achter me gelaten, er was geen sprake van ‘poststudenten’, zoals nu, maar eerder van haat en achterdocht onder collegae.De stad Tilburg was me toen echter goed gezind. Na de opheffing van het kraakpand aan het Lieve Vrouwenplein, mijn eerste communiale atelier ( zie Antwerpen), mocht ik tijdelijk aan het Wilhelminapark 38, een winkelwoonhuis gaan bewonen, samen met de geboren Tilburgse kunstenaar Richard van Dijk. Het pand stond op de nominatie gesloopt te worden ,als een van de "Becht- doorbraken" naar Tilburg Noord. Maar zover is het nooit gekomen.Het opgedrongen samenwonen met Van Dijk is niets geworden. De kippenfarm ,die hij in zijn atelier hield, de vreemdsoortige bezoekers en zijn afkeer van activisme en de formele kunstbeleving, maakte uiteindelijk een samenwerking onmogelijk . Mijn latere vrouw, Gerrie Peeterman, met wie ik toen aan een lat- relatie bouwde , wist ook al niet tot een vergelijk met hem te komen. Toen de achterruimte van de tweede etage die hij bewoonde door water- overlast van een eigen gemaakte douche het begaf, brak bij mij de pleuris uit. De ruzie werd in mijn voordeel beslecht, want de gemeente wilde het pand aan mij en Gerrie verkopen, tot grote woede van de Van Dijk- clan. Oud- schilderdocent Niko Molenkamp, die in zijn leerling een groot talent zag, bemiddelde achter de schermen en wist voor van Dijk een goede woning los te peuteren . Van Dijk, die trouw bleef aan een soort laat- expressionisme in een Wiegersma-achtige stijl, beschouwde me vanaf die dag als zijn aartsvijand. Een van mijn eerste daden van dat moment was samen met buurman Stan Donders vaste bewoner van café De C* , in de benedenetage van de voormalige slagerij een spuitcabine te bouwen.*Gerrie’s moeder is geboren in dit huis. Hierin kon ik de prachtige gelakte objecten vervaardigen (zie Multiples).De winkeletalage, die in de van Dijk- periode eerst volhing met provo- teksten (zie Provo), werd meer en meer een kunstetalage en vormde voor de buurt de eerste confrontatieplek met beeldende kunst,een weerslag van de aktietijd van de jaren ‘60.

De eerste affiches die we zelf ontwierpen en drukten in zeefdruktechniek, werden hier opgehangen en niet te vergeten de vermaarde stencils van de studenten van de Katholieke Hogeschool, die in 1969 hun school bezetten, (zie De Bezetting Tilburg ‘’Het Begin’’ ) om daarna Olof uit hun sociëteit aan de Prof. Cobbenhagenlaan ,waar ook de mensa was, te verdrijven. Zo onstond Posjet, dat als eerste studenten- provatja, en societeit van de Atso (Algemene Tilburgse Studenten Organisatie, tegenhanger van OLOF) de hele nacht open was (met veel diskussie met bier, eigen krantjes en ook de eerste anti- autoritaire kindercrèche) en een ware concurrent werd van de nieuwe Schouwburg in de Tilburgse binnenstad. De opkomende kunstscene (als manifeste adepten van Provo en De Kabouters) voelden zich echter niet thuis bij de politieke studentenclub van Posjet, vandaar, dat men naar een ander onderkomen zocht. Hierdoor ontstonden de happeningavonden in de Studiozaal van de Schouwburg. De nieuwe lichting studenten aan het Brabants Conservatorium, dat toen tegenover de Academie gevestigd was, vormde met o.a Peter van Meel en Moniek Toebosch een tegenstroom, gebruik makend van bandrecorders tot de eerste synthesizers.Ze boezemden bij schouwburgdirecteur Leo den Brabander mogelijk veel ontzag in, want ze mochten de Studiozaal gratis gebruiken.

In dit verband ontstond mijn eerste BLUE SKY GIVING EVENT: nog steeds ongelooflijk als je de fotoos ziet ( grote blauwe kubussen met ronde gaten waarin zich naakte figuren in plastik gehuld langzaam naar buiten bewogen, afgeschermd door een kooi van draadgaas).

Blue Sky Service for living stond voor een intuïtief gekozen symbool voor zuiverheid en streven naar kunstzinnige en communiale idealen, geïnspireerd door Andy Warhol’s Factory en Provo. Daarmee maakten we de eerste aanzet om in groepsverband te gaan werken,bewust gekozen als tegenhanger van de burgergelijke individualistische cultuur, het klootjesvolk, zoals provo die noemde.Ik maakte toen kennis met onder meer Hans Klerx en Resy Muijsers, Peter van Meel, Leo Verheijen, Frans Godefroy Ad Spijkers en Kees en Adje van der Made. De eerste communes in Tilburg werden gevormd. Zelf trad ik daar niet in toe. Ik bleef teveel de kunstenaar die objectiveerde en daarom het idee van een werkkollektief introduceerde , dit onder invloed van Paul Panhuysen, beeldend kunstenaar uit Eindhoven, initiatiefnemer van kunsthuizen de Krabbedans ,de Fabriek ,en later zijn eigen Apollohuis.Hij leidde de Brabantse kunstenaarscollectieven die toen onstonden als platform van een nieuw kunstbeleid, dat geheel op eigen kracht van de toen aankomende kunstenaars werd ontwikkeld (zie kunsthuizen).Paul Panhuysen trad toen al op als performer in Paradiso (Amsterdam ), toen net gekraakt door en met "de Bende van de Zwarte Hand ". Remco Scha, Theo Botschuyver en Joachim Schröder waren ondermeer zijn companen.

Ik introduceerde het idee van het werk-kollektief Studio-38 bluesky service for living , dat in 1985 als Stichting Studio-38 een formele status kreeg.